Woestijn en bergen
Naar aanleiding van ons vorige blog werd ik erop gewezen dat de Sahara pas ten zuiden van Tan-Tan begint, dat geloof ik graag maar ook Google geeft daarover verschillende resultaten. Volgens de onderstaande Britannica-kaart rijden we tijdens onze reis in Marokko een beetje door de Sahara en voor de rest door de Marokkaanse woestijn.

Hoe dan ook, het blijft een belevenis om te ontdekken dat de woestijn zoveel meer is dan zandduinen, dat ook de bergketens van de Hoge en Midden Atlas en Jbel Saghro heel woest zijn en alle kenmerken van een woestijn bevatten, droog, dor met hier en daar een oase en nomadische bewoning met kuddes ezels, geiten en schapen en natuurlijk kamelen (of dromedarissen voor de puristen).
Onze dromedaris van de woestijn, onze Milady Landy, vindt het heerlijk in deze omstandigheden en gedraagt zich uitstekend…
Zagora
Tijdens het werk aan de auto gaan we op bezoek bij de familie van Omar Amdiaz, onze gids tussen Foum Zguid en Zagora, in de stad, moeder en een paar zussen en broers verblijven in het familiehuis in de stad.
We worden verwelkomd met thee, de nationale drank in Marokko en eten mee met de vrijdagse couscous.



Iedereen schuift aan aan tafel en als er een buurjongetje binnenkomt, eet hij gewoon mee.
Na het bezoek aan Garage Sahara in Zagora zijn we weer klaar om te gaan, de auto voelt weer prima.
Omar heeft ons uitgenodigd om kennis te maken met zijn familie op de boerderij buiten Zagora. Als je buiten de hoofdwegen rijdt, kom je op de pistes, dus ook naar het familiehuis van Omar is het een ruwe, onverharde weg.
We maken kennis met broers en schoonzussen van Omar en zien hoe ze een boerderij kunnen draaien in het midden van de woestijn. Er moet grondwater opgepompt worden van grote diepte om de gewassen te bewateren. Momenteel wordt er veel geplant, watermeloenen – dat lijkt me niet het meest ideale gewas in een klimaat waar er tekort is aan water, maar ja.


We worden natuurlijk uitgenodigd voor de thee.

En na een wandeling, waarbij we de kamelen van de familie opzoeken, staat er een maaltijd voor ons klaar. We eten traditioneel met onze rechterhand waarmee we met een stuk brood de groenten en vlees opscheppen uit een grote gemeenschappelijke schotel.








Na de maaltijd nemen we afscheid van de familie en gaan nog een laatste keer langs de garage, we horen een vreemd geluid. Abdoul kruipt direct onder de auto en zet de moer van één van de schokdempers nog iets beter vast, daarna krijgt de auto nog een laatste wasbeurt en kunnen we weer gaan. Prima service!

We nemen nog wat rust op Camping Oasis Palmier, heerlijk rustig gelegen tussen de palmen en met prima voorzieningen. Ik werk ons blog bij en Sonja neemt wat tijd om te lezen en bij te komen van alle zanderige ervaringen. Omar komt ons dagelijks bezoeken, gezellig om even een praatje te maken en te controleren of we het nog goed maken, wat een prima gids!
Dan gaan we weer verder, we rijden via Tamegroute. Daar is een bibliotheek met oude Arabische en andere geschriften, volgens de Lonely Planet zeer de moeite waard. We worden in de bibliotheekzaal rondgeleid door de oude bibliothecaris die al sinds 1959 hier werkzaam is, dat is een belevenis op zich. De man is aan een rolstoel gekluisterd en spreekt maar een paar woorden Frans, interessant zullen we maar zeggen. Daarna bezoeken we met gids Mohammed de binnenplaats van de naastgelegen moskee en de kasbah waarin al eeuwenlang joden en islamieten samen leven en coöperatief potten bakken en beschilderen met natuurlijke materialen.













De weg vanuit Tamegroute die ik gekozen heb blijkt behoorlijk pittig te zijn, met veel stenen en scherpe droge rivierbeddingen.


Als we op de RN 17 aankomen, de hoofdweg vanaf Zagora richting Tazzarine, zijn we blij dat deze geasfalteerd is in tegenstelling tot wat er op onze kaart staat.
Oum-Rjane
Verderop nemen we de piste richting Merzouga, met de ervaring die we met Omar hebben opgedaan kunnen we heerlijk ontspannen de dag volmaken tot we de bordjes naar Auberge-Camping-Oumjrane vinden en die volgen om er te overnachten.
Youssef maakt een tajine met onze groenten en nog wat extra groenten uit de familietuin die zijn broer Mohammed gaat halen. Even later, het vuurtje brandt al lekker, er zijn al verschillende rondes thee gepasseerd en de tajine staat lekker te pruttelen, komt Mohammed ook nog met een schotel couscous die zijn vrouw voor ons gemaakt heeft. We genieten van de heerlijke maaltijd onder de sterren en bij het knapperende houtvuurtje.









De volgende ochtend maakt Youssef een heerlijk ontbijt voor ons klaar en ook hier is het weer gezellig druk met vrienden uit de buurt.


Sidi Ali
De volgende dag rijden we verder door de woestijn, afwisselend stenen en zand en soms een hele mulle rivierbedding. Sonja krijgt vertrouwen in de auto en neemt zelfs even het stuurwiel over.
In de loop van de middag vinden we een mooi plekje in een duinpan nabij Sidi Ali waar we heerlijk ontspannen kunnen verblijven in de februari-zon en onder de onmetelijke sterrenhemel. Koken op een houtvuurtje maakt de beleving compleet.








Taouz
Ook de rit naar Taouz door de woestijn is er één met veel zand, stenen, rotsen, droge rivierbeddingen en zandduinen. Het kampeerplekje in de buurt van Taouz in een droge rivierbedding is heerlijk rustig.


Merzouga
Hoe dichter we bij Merzouga komen, hoe meer toeristen we zien. Eerst nog met gids in een 4×4-auto, later ook campers die zich aan het einde van de verharde weg in Taouz wagen.
Merzouga is volledig op toeristen ingericht met overal aanbod van kameeltochten, quads- en 4×4-verhuur. De duinen aan de westkant van Erg-Chebbi (zo heet de duinenformatie bij Merzouga) zijn, zelfs nu het laagseizoen is, bezaaid met mensen die het zand van de woestijn willen ervaren.
Op camping Haven la Chance ontmoeten we Rita en Nicky weer, Zwitsers die we al verschillende keren tegengekomen zijn en die we nu bewust opzoeken op deze rustige camping onderaan het duin.
We nodigen hen uit om samen een dagtocht te maken langs, door en rondom de duinen. Zij kunnen dat niet met hun VW-camper, dus ze zijn blij verrast met de uitnodiging. Het wordt een gezellige dag samen waar we ruimschoots de duinen ervaren.



Aan het eind van de dag gaan we nog op zoek naar het meer dat ten westen van Erg Chebbi moet liggen. Dat blijkt nog een hele zoektocht te zijn, ondanks de kamelensporen die schijnbaar richting waterpartijen gaan is het echte water nog moeilijk te vinden.
Als we aan het eind van de middag bijna de moed hebben opgegeven en we op de terugweg naar de camping zijn, zien we een schittering aan de horizon, geen fata-morgana? Nee, het is het laatste overblijfsel van het meer waarin nog 3 flamingo’s en wat ganzen verkoeling en voedsel zoeken.





Zo zijn we om Erg-Chebbi gereden:
[osm_map_v3 map_center=”31.1288,-3.9567″ zoom=”11.004801097524469″ width=”100%” height=”450″ file_list=”../../../../wp-content/uploads/kml_files/ErgChebbi.kml” file_color_list=”#ffffff” control=”fullscreen,scaleline,mouseposition” file_title=”ErgChebbi.kml”]
Vanuit Merzouga via Ouarzazate naar Skoura
Na de wilde stilte van de woestijn kiezen we ervoor om via de gebaande wegen richting Ouarzazate te reizen. Hier en daar zien we al amandelbomen in bloei staan.



We overnachten bij de Auberge Riad Bassou bij N’Kob waar ook enkele kampeerplaatsen zijn ingericht. Daarna rijden we verder naar Ouarzazate waar we heerlijk uitgebreid en westers boodschappen doen bij de Carrefour. Fijn om alles te kunnen vinden wat we dagelijks gebruiken: muesli voor het ontbijt, koffie, chocolade en sap. De drankafdeling slaan we over, we hebben onszelf beloofd hier in Marokko geen alcohol te drinken.
Na de boodschappen zoeken we een overnachtingsplek bij het stuwmeer van Barrage Al Mansour.

Vanaf de Barrage nemen we de lange weg naar de palmeries van Skoura, door de bergen, langs kleine dorpjes en bloeiende amandelboomgaarden. Hier en daar is de weg die we kiezen heel uitdagend en steil, maar Milady en wij hebben het prima naar ons zin.















De camping Amridil van Skoura ligt op loopafstand van de kasbah Amridil die aan de rand van de palmerie ligt, mooi voor een uitgebreide wandeling.



























De Dadès en de Todra valleien
De valleien van de Dadès en de Todra (of Todgha, gh in het berber wordt als de Franse r uitgesproken) zijn echte toeristentrekkers. Tot zo’n 30 km stroomopwaarts vanaf respectievelijk Boumalnes de Dadès en Tinghir zijn vele kraampjes met hebbedingetjes, hotels en riads voor overnachtingen en restaurants voor de nodige versnaperingen aanwezig. Ook word je regelmatig aangesproken door gidsen die je de omgeving willen laten beleven.
Wij kiezen ervoor om zelfstandig de Dadès-vallei omhoog te rijden, we deden dit al eerder met Marc en Saskia in 2015 (zie de Hoge Atlas). Wat ons opvalt is dat het asfalt verder doorgetrokken is en dat de weg voor een deel verbreed is. Toch is het hoogste deel nog steeds even uitdagend als in 2015, we denken dus veel aan Saskia die dit wel heel spannend vond.
Behalve de uitdagende weg valt ons ook de nomadische bewoning op, zie de onderstaande plaatjes.









We overnachten bij Auberge Aloutif, als enige, denken we tot we ’s avonds laat nog een auto horen aankomen.
De volgende ochtend maken we kennis met het Franse koppel van de Peugeot 208 die gisteravond ook nog over de bergpas is aangekomen. Ze blijken 12 km voor de auberge een lekke band gekregen te hebben en konden die niet verwisseld krijgen dus zijn maar doorgereden. De band is aan flarden en ook ’s ochtends is het meneer niet gelukt het wiel los te krijgen. Ik haal mijn gereedschapskist erbij en in eerste instantie lijkt het mij ook niet te lukken, alle wielbouten zijn los, maar het wiel geeft geen krimp. Met een paar gerichte klappen met de hamer aan de binnenkant van de velg komt deze gelukkig uiteindelijk toch los. Het reservewiel kan erop en de Fransen kunnen weer verder.
Wij pakken ook ons boeltje en rijden verder richting Agoudal. Het is nog koud van de afgelopen nacht, hier en daar zelfs wat bevroren plassen.




De rit naar beneden in de Todra-vallei is relatief makkelijk, alles is verhard.



Boumalne Dadès
We kamperen in Boumalnes Dadès, lekker even douchen en bijkomen.
De volgende ochtend moet de auto gewassen worden, de rit door de smeltende sneeuw en de modder in de Dadès-vallei heeft duidelijk zijn sporen nagelaten.

Via Tinerhir naar Errachidia en verder
Dan rijden we via de hoofdweg naar het oosten. In Tinerhir stoppen we om brood te kopen en maken kennis met Youssef die nu in Parijs woont maar 13 jaar geleden uit Nederland is verhuisd. Hij spreekt nog verbazend goed Nederlands en leidt ons door de oude stad rond tot bij een vrouwen-coöperatie waar tapijten worden geweven.





De weg is goed, op hier en daar wat werkzaamheden na, maar dat is allemaal voor de ontwikkeling van het land zullen we maar zeggen.

Wauwwwwwwwwwww! Wat een onvoorstelbaar mooie reis maken jullie. Milady Landy brengt jullie op schitterende en indrukwekkende plekken, om over de uiteenlopende ontmoetingen nog maar niet te spreken. ‘One Life Live It’- dat doen jullie hartstikke goed Gert Jan en Sonja en super dat jullie ons op deze manier een beetje mee op reis nemen!
Geweldig om te lezen en de foto’s te zien. Extra leuk te zien dat ik een stukje mee mag doen in het verslag 😘
Lieverds blijf genieten!
Het is indrukwekkend om te lezen en te zien wat jullie allemaal meemaken. Het is zo compleet anders dan onze dagelijkse beslommeringen in ons druilerig natte landje waar iedereen in zijn huis blijft en we elkaar nog maar amper begroeten op straat .
Daarnaast vind ik het ook super stoer die reis van jullie.
En prachtig om te lezen hoe jullie genieten van het hele avontuur.
Wat n mooie en geweldige reis maken jullie weer. Misschien nu een beetje ‘gedwongen’ maar jullie maken het je gerieflijk en genieten volop! Heel veel groeten vanuit Etten-Leur.
Cees &Corry M-H