We vertrekken vroeg op weg naar de Atlas, de wegen worden smaller en het landschap verandert naar bergachtig. Zo nu en dan nemen we een drankje in een lokale kroeg, d.w.z. fris of koffie of thee. Het rijden valt mee, maar het wordt wel steeds warmer.
Vlakbij Azrou, we hebben net geluncht, komen we in het bos langs een groepje berberaapjes.
Milady doet het goed, de ventilator gaat standaard aan en we houden de snelheid op maximaal 80 of beperkt bij het klimmen. Dat klimmen gaat goed trouwens, de 200Di motor draait als een zonnetje en geeft prima trekkracht, een heel verschil met vorig jaar met de oude 2.25 dieselmotor in Frankrijk.De hele dag besteden we aan het rijden en genieten we van de vergezichten en de wisselende landschappen, een prachtige rit. Als we de hoogste toppen over zijn komen we aan in het Camp Jurrasique, een hotel annex camping waar we de enige campinggasten zijn.
We worden gastvrij ontvangen door de zoon van de baas en eten wat de pot schaft, (warme) salade, Tajine van kip (en voor Sonja ei) en een grote schaal fruit toe. De baas van de camping knoopt nog een praatje aan en wil ons tips geven voor het verdere verloop van onze reis. Marc en ik worden helemaal voorbereid op de reis naar de Sahara en door de Hoge Atlas, hij kan mooi vertellen. Ook verhaalt hij over zijn bijen-houden, olijfboomgaard en andere bezigheden en de legionairs die in de buurt verbleven hebben .
Als we eenmaal bij de tent aankomen hebben Saskia en Sonja de koele vermout en witte wijn uit de koelkast (die doet het prima trouwens, koelt van lekker koud tot bijna bevroren…).




