Na Konya en omgeving reizen we verder door Turkije via Sultanhani, Tuz Gölü, Karapinar en Hasan Daği naar Cappadocië. We zitten hier op een hoogvlakte met een gemiddelde hoogte van ongeveer 1.000 meter. De vlakte is immens en wordt veel gebruikt voor landbouw. Voor ons is dit een doorreisgebied, verder naar het oosten van Turkije, maar we doen wel een aantal indrukken op van oriëntatiepunten in dit grootse landschap.
Dit is de route die we reden van Konya naar Cappadocië (klik op de kaart)
Sultanhani
Met een gerepareerde stuurinrichting rijden we via de tweebaansweg van Konya naar het oosten. Heerlijk om zonder zorgen over trillingen ruim boven de 80 km/h te kunnen rijden.
Langs de hoofdweg van Konya naar Cappadocië ligt de plaats Sultanhani met z’n oude karavanserai. Hier konden de karavanen op de zijderoute van en naar het oosten op adem komen na een lange etappe door de dorre steppe die deze hoogvlakte ongetwijfeld was.
Als we de karavanserai bezoeken kunnen we ons voorstellen dat hier de groepen kamelen met hun begeleiders overnachtten en verhalen uitwisselden over de barre tochten die ze achter de rug of voor de boeg hadden. De karavanserai heeft aparte slaapvertrekken en hamams voor mannen en vrouwen en de dieren kunnen gestald worden in de grote ruimte. Aan de andere kant van de binnenplaats is er een galerij waar spullen verhandeld kunnen worden. Op het midden van de binnenplaats heeft de moskee een centrale plek.









Op het informatiebord staat onder andere:
“Sultanhani Karavanserai
De Sultanhani Seljuk karavanserai, gelegen aan de Konya Aksaray-weg, is de grootste en mooiste Seljuk karavanserai. Deze werd gebouwd in 1229 NC door architect Muhammed bin Havlan El Dimashki uit Damascus in opdracht van Seltsjoekse sultan Alaeddin Keyk bad I – Zijn regeerperiode 1221-1237 NC.
Tijdens het bewind van de Seltsjoekse sultan Giyaseddin Keykhusrev II werd de karavanserai in het jaar 1278 uitgebreid door de plaatselijke gouverneur, Sirajettin el Hasan, waardoor het de grootste karavanserai in Turkije werd.
…
Karavanserais verzorgden gratis accommodatie, eten en drinken gedurende maximaal drie dagen voor zowel de lokale bevolking als vreemdelingen van verschillende etnische groepen en religies, zonder discriminatie.“

Tuz Gölü
Omdat de Park4Night parkeerplaats in Sultanhani direct naast de hoofdweg in het dorp ligt besluiten we door te rijden naar Tuz Gölü. Daar komen we met de zonsondergang aan bij de rand van de zout/watervlakte, een prachtige plek en super rustig.

Ook de volgende ochtend is de zonsopkomst uitzonderlijk mooi.

Aan de horizon zijn de contouren van de vulkaan Hasan Daği duidelijk zichtbaar, dat is de richting die we uiteindelijk op gaan, richting Cappadocië. Het zoutmeer is momenteel gevuld met water en de zoutvlakte die zomers bereikbaar is, bestaat nu uit een laag modder met een laagje water eroverheen. Voor ons dus geen optie om hier te gaan wandelen.

We rijden daarom verder langs het meer, naar het noorden. Op de kaart is daar een zoutwinning zichtbaar, dat lijkt ons interessant.
Helaas is onze rit naar het noorden bijna voor niks, de zoutwinning is niet toegankelijk voor bezoekers, ondanks ons vriendelijke verzoek aan de veiligheidsman.
Onderweg zien we nog wel deze vlucht ooievaars die hier een stop maken op weg naar hun broedplaatsen in Europa.
Karapinar
Na de tevergeefse rit naar het noorden van Tuz Gölü besluiten we richting Karapinar te rijden, daar ligt een mooi kratermeer waar we misschien vannacht kunnen kamperen.
Het is een flinke rit, terug naar het zuiden en verder door, zo’n 50 km. De wind is pittig en Milady kan in 4de versnelling de snelheid van 80 km/h houden, sneller gaat ze niet en zeker niet in 5de versnelling.
De foto’s op Google beloven een kratermeer rondom een uitgedoofde vulkaan, Meke Tuzlazi Krater Gölü. Wij vinden een opgedroogd meer rondom die vulkaan. We kunnen helemaal rondom de vulkaan rijden en zoeken ondertussen naar een plekje uit de stormachtige wind.

Hasan Daği
Helaas is een plekje uit de wind aan de rand van dit droge kratermeer niet te vinden. Daarom vervolgen we onze weg naar het oosten, we zien de Hasan Daği vulkaan steeds duidelijker aan de horizon en we hebben er een Park4Night plekje gevonden in de luwte van de berg.
Er ligt wat sneeuw op de top van de berg en naarmate we hoger komen ligt er ook sneeuw langs de weg en op de hellingen.

De parkeerplek bij Hotel Karbeyaz is helemaal vrij, maar is toch redelijk winderig. We vragen de eigenaar van het hotel of we hier mogen staan en hij biedt aan dat we in de luwte van het hotelgebouw gaan staan. Hij spreekt uitstekend Duits en meldt dat het hotel voor de Ramazan dicht is, maar straks, eind april, begin mei weer open gaat.
Ik rijd Milady op de aangewezen beschutte plek en we maken ons klaar voor de nacht. Zoals elke avond bereiden we een maaltijd, vanavond nasi met vers gesneden groenten en halloumi én een zakje nasikruiden dat we hebben meegenomen vanuit Nederland.
Het waait flink ’s nachts en het is koud, maar dankzij ons wollen dekbed houden we onszelf lekker warm.
De volgende ochtend kijkt Sonja uit het raam en ziet dat het gesneeuwd heeft, en niet zo’n beetje ook. We ontbijten en ik maak de auto sneeuwvrij onder begeleiding van enthousiast gekwispel van de aanwezige honden. Het valt mee hoe makkelijk we uit ons beschutte plekje kunnen manoeuvreren.




Ook de weg naar beneden is flink besneeuwd, maar met voorzichtig rijden komen we op beter begaanbare wegen en kunnen we onze weg richting Cappadocië vervolgen.
